Daling alcoholintoxicaties: goed nieuws maar hoe komt dat eigenlijk?

13

apr

Het is verheugend om te zien dat er een kentering lijkt te zijn gekomen in de ontwikkeling van het aantal aan alcohol gerelateerde ziekenhuisopnames van jongeren onder de 18 jaar. Ten opzichte van 2015 is een daling te zien van 15%. Met de 791 (tegenover de 931 van 2015) meldingen van mogelijke alcoholintoxicaties, zit Nederland weer op het niveau van de jaren 2011-2014.

Het is lastig om aan de daling in het jaar 2016 allerlei vergaande verklaringen te koppelen. Eigenlijk is de stijging die we sinds 2007 hebben gezien vreemd; alle andere parameters op het gebied van alcohol en jongeren zijn de afgelopen tijd gedaald. Zo is het aantal jongeren dat aan bingedrinken doet (meer dan 5 glazen alcohol op een gelegenheid) gedaald van 40% in 2003 tot 18% bij de laatste meting in 2015. De vraag was dus veel meer: waarom liet de ontwikkeling rond alcoholintoxicaties een ander beeld zien dan alle andere cijfers?

Kleiner wordende groep vertoont steeds extremer gedrag
Een van de verklaringen die in ieder geval plausibel is, is dat we te maken hebben met een steeds kleiner wordende groep die een steeds extremer gedrag laat zien. Dat geldt niet alleen voor alcoholconsumptie, maar zien we ook terug in drugsgebruik, geweldsincidenten, sexting, etc. Dergelijk grensoverschrijdend gedrag is heel zichtbaar en in het geval van de alcoholintoxicaties ook goed terug te zien in de cijfers.

Registratie-effect?
Wellicht ook dat we te maken hebben met een registratie-effect: eerste-hulpartsen zijn steeds beter op de hoogte van de protocollen rondom het vermoeden van alcoholintoxicatie. Het melden ervan raakt steeds beter bekend. Daarnaast zal meespelen dat bijvoorbeeld huisartenposten de weg beter weten te vinden naar ziekenhuizen met een alcoholpoli (of ander goed behandeltraject voor alcoholintoxicaties). Jongeren die vroeger nog door vrienden terug naar huis werden gebracht, komen (gelukkig) nu terecht op de plaatsen waar de hulp wel adequaat is. Daarmee worden ze ook beter geregistreerd dan in het verleden. Dit lijkt een logischere verklaring dan het veelgehoorde argument dat ouders strenger zijn geworden.

Hoe het ook zij, het blijft lastig om aan een jaar-op-jaar ontwikkeling in één specifieke groep allerlei vergaande conclusies te trekken over de effectiviteit van beleid. Voor een goede beoordeling van de effectiviteit van het Nederlandse alcoholbeleid, moeten we nadrukkelijker kijken naar ontwikkelingen ten aanzien van de hele populatie, zowel jongeren als volwassenen.

Nederlands alcoholbeleid effectief
Van alle Nederlandse jongeren van 12 t/m 16 jaar, dronk in 2003 84% wel eens alcohol. In 2015 is dit gedaald naar 46%. Inmiddels behoren jongeren die drinken dus tot de minderheid in plaats van een overgrote meerderheid twaalf jaar geleden. Ook het aantal bingedrinkende jongeren is gedaald van 40% naar 18% in diezelfde periode.

Bij volwassenen zien we hetzelfde beeld: behoorde in 2001 nog 13,6% tot de zware drinkers (minimaal 1x per week 4 (v) dan wel 6 (m) of meer glazen), in 2016 was dit nog maar 8,1%.

Deze en nog veel meer andere cijfers laten zien dan Nederlanders, jongeren en volwassenen, steeds verantwoorder met alcohol omgaan. Het is dan ook te hopen dat die positieve ontwikkeling ook terug te zien zal zijn in het aantal alcoholintoxicaties.