Overgrote meerderheid 55-plussers gaat verantwoord met alcohol om

01

jun

Uit onderzoek van het Trimbos Instituut blijkt dat iets minder dan een kwart van de 55-plussers nooit drinkt. De helft wordt als ’lichte’ drinker beschouwd. 6,7% drinkt ’overmatig’. De rest drinkt ’matig’.

Overmatig alcoholgebruik is vrouwen die gemiddeld meer dan 14 en mannen die gemiddeld meer dan 21 glazen alcohol per week drinken. Dit is in lijn met de statistieken van de algemene bevolking, waarbij grofweg een 90/10 verhouding bestaat tussen mensen die niet overmatig en wel overmatig drinken. Gunstig is dat in de laatste 15 jaar het matige alcoholgebruik onder 55 tot 65-jarigen is toegenomen terwijl het overmatige alcoholgebruik afneemt.

Over het algemeen kunnen we vaststellen dat het huidige alcoholbeleid in Nederland succesvol is. Het is goed dat er gekeken is naar specifieke groepen binnen de categorie 55+. De bevinding dat personen die voor hun 55e al overmatig drinken na hun 55e een groter risico hebben om meer te gaan drinken, is even interessant als motiverend om juist deze groep extra aandacht te geven.

Ook de relatie van overmatig drinken met andere ongunstige leefstijl variabelen (zoals roken en weinig fysieke beweging) onderbouwt de conclusie dat beleidsmakers goed moeten kijken naar specifieke karakteristieken en daar ook specifieke maatregelen op toe te passen. Vaak speelt er ook andere problematiek, zoals eenzaamheid en depressie, is te lezen in het onderzoek.

Het is daarom wat teleurstellend dat de aanbevelingen op een aantal punten toch worden gezocht in de richting van generieke maatregelen. Bij de aanbeveling dat de beschikbaarheid van alcoholhoudende drank zou moeten worden verminderd, wordt vooral geleund op losse quotes uit interviews met enkele verslavingshulpverleners of ouderen. In welke mate de respondenten dit vinden, wordt niet duidelijk. Omdat deze aanbeveling haaks staat op een aantal op zich interessante bevindingen, is STIVA van mening dat dit niet de meest robuuste aanbeveling is die denkbaar is op basis van het rapport.